Dat mag ik hier wel eerlijk zeggen, toch?
Iedereen lijkt dol op kastanjes, warme truien en kaarsjes. Dat snap ik wel. Je maakt mij ook blij met een fijne herfstwandeling, de prachtige kleuren en mijn haren in de wind.
Maar verder is dit voor mij vooral de tijd waarin het licht weggaat en het donkerder wordt.
In het donker opstaan. Middagen die korter worden. En met dat ene uur erbij voelt het ineens alsof de avond al om vijf uur begint. Ik vergelijk het altijd met mollen: op een werkdag vertrek je in het donker en kom je in het donker weer thuis.
Ik merk het aan mezelf. Ik heb meer moeite om op gang te komen. Ik wil minder naar buiten. Alles gaat net iets langzamer.
Kinderen voelen dat ook. Ze moeten wennen aan de klok die verzet is. Ze zitten ’s ochtends in de klas en zijn nog niet helemaal wakker. We noemen dat dan vermoeidheid of onrust, maar misschien is het soms gewoon het seizoen.
Nu ik dit zo schrijf, vind ik het eigenlijk gek. Juist tussen de herfstvakantie en de kerstvakantie plannen we in het onderwijs ontzettend veel. Sinterklaas, kerst, gesprekken, voorstellingen, versieren en oefenen.
In de weken waarin kinderen en wijzelf, de minste energie hebben, vragen we het meest.
De rust van naar binnen keren
De zomer trekt ons naar buiten. Alles staat open, alles beweegt, alles is zichtbaar. De herfst draait dat langzaam om. Je gaat naar binnen. Letterlijk, maar ook in jezelf.
Als het licht minder wordt, wordt het ook iets stiller. Buiten, maar ook binnen.
Dat vind ik niet altijd prettig. Maar ik merk wel dat er in die beweging iets zit wat ik nodig heb. Minder prikkels. Minder moeten. Meer ruimte om te voelen wat er eigenlijk is.
In de klas zag ik dat ook. Dit is de tijd waarin kinderen dieper in hun concentratie kunnen zakken. Waarin een lamp uit of een moment niets zeggen ineens wél landt.
Wat zou er gebeuren als we daar in de klas meer op aansluiten? Minder nieuwe dingen beginnen en meer verdiepen in wat er al is. Een lokaal dat rustiger wordt in plaats van voller. Een dag met meer tijd voor één ding. Ik ga dat als speerpunt nemen die ene dag in de week bij de kleuters.
Want misschien is dat wat de herfst van mij vraagt? Niet dat ik er van ga houden. Maar dat ik mij meer kan focussen op dat wat er echt toe doet.
Loslaten
Een boom die zijn bladeren laat vallen, geeft niet op. Hij maakt ruimte. Hij houdt vast wat hij nodig heeft om de winter door te komen en laat de rest gaan.
Dat vind ik een mooi beeld. En tegelijk een lastig. Want ik merk dat ik nog vasthoud aan het licht, aan de zomer. Aan alles wat toen vanzelf leek te gaan.
Maar misschien hoeft dat niet. Misschien gaat aanvaarden niet over mooi vinden, maar over ophouden met tegenduwen.
En misschien geldt dat ook voor ons in het onderwijs. Niet elk feest hoeft groter. Niet elke muur hoeft vol. Niet elk uur van de dag hoeft gevuld.
Dan kunnen we ons deze maanden richten op wat er echt toe doet. Kinderen die rustig kunnen werken, die mogen verdiepen en die even stil mogen zijn. En loslaten wat niet meer hoeft.
Zodat er straks, als het licht terugkomt, weer iets kan bloeien. Bij de kinderen. En bij onszelf.



Geef een reactie