Wat als de eerste schoolweken niet vragen om een groep die stil wordt gemaakt maar om een groep die stil mag worden?
Vrijdag in de eerste schoolweek. De groep is nog niet gezet. Kinderen lopen net iets te vaak naar de kast. Naar de gang. Iemand zoekt een potlood dat er allang ligt, een stoel schuift, een deur klapt net te hard dicht. Er hangt die typische begin-van het schooljaar-drukte. Nog niemand weet precies zijn plek. Waar hij hoort. Ongeordend.
Ergens in een hoek, zit een kind. Twintig minuten. Met een werkje. Wat het zelf uitkoos. Opperste concentratie. Het is er gewoon aan begonnen. Niemand heeft het gevraagd.
Na mijn verhaal over het waarom van de heterogene groep in het montessorionderwijs wil ik, met mijn vakbekwaam stilteonderzoek nog vers in het geheugen, iets delen over dat moment. Dat moment bij dat werkje.



Wat we meestal verwachten van de eerste weken
Als het over de start van het schooljaar gaat, gaat het bijna altijd over geluid. Elkaar leren kennen, energie, een sfeer neerzetten. Dat is niet gek. We hebben het idee dat een groep het vooral leuk moet gaan vinden met elkaar.
Maar er gebeurt in diezelfde weken nog iets anders, iets dat veel minder aandacht krijgt.
Kinderen leren zichzelf reguleren, juist op het moment dat de omgeving eromheen nog niet stabiel is.
Terwijl de groep nog aan het zoeken is, vindt een kind een manier om toch naar binnen te keren.
Dat is niet niks. Stel je voor: alles om je heen is nieuw of anders dan een paar weken terug. De omgeving, de geluiden, de kinderen, de leerkracht. En toch wordt er van je gevraagd dat je je aandacht ergens op richt en die vast blijft houden. Volwassenen kunnen dat vaak nauwelijks. Ik in ieder geval niet.
En dat kind in de hoek lukt het wèl. Een kind dat leert zichzelf te vinden, terwijl er buiten hem nog niets gevonden is.
Hoe dan?
In mijn vakbekwaam onderzoek naar stilteonderwijs leerde ik dat stilte een vaardigheid is. Iets dat een kind opbouwt, net zoals het leert lopen of praten.
En de eerste weken van het schooljaar zijn een van de weinige momenten waarop je dat bouwproces bijna letterlijk kunt zien gebeuren.
Omdat de omstandigheden er juist niet gunstig voor zijn. Nog geen ingesleten routine, geen vertrouwde plek, geen rustige groep om op te leunen.
Als stilte iets is dat een kind moet opbouwen dan is de vraag niet: hoe krijg ik de groep rustig? Maar hoe geef ik ruimte aan het kind dat, te midden van alle beweging, zijn eigen rust zoekt? En hoe geef ik de groep de ruimte om die stilte met elkaar te maken?
Hier komt het vrijheidsonderwijs om de hoek kijken. Niet sturen. Niet ingrijpen op het moment dat een kind eindelijk geconcentreerd is, ook al is de rest van de klas nog onrustig.
Het verschil durven maken tussen kinderen die klaar zijn voor die stilte en kinderen die nog wat meer structuur nodig hebben om er te komen.
En het vraagt vooral geduld. Want dat eerste stille moment komt niet op de eerste maandag en bij sommige kinderen ook niet in de eerste maand.
Stilte maken moet je oefenen. Dus geef die stilte les. Richt een stiltehoek in en laat kinderen hun eigen momenten van stilte kiezen.
Misschien is dat wel het echte begin van het schooljaar. Niet de poster met groepsafspraken aan de muur hangt. Maar dat ene moment waarop een kind, ondanks alles om zich heen, naar binnen keert.
En het moment waarop het de groep lukt het belletje in stilte door te geven, de hele groep rond.
Bronnen:
Eigen onderzoek vakbekwaamonderwijs ( zie bronvermelding)
Montessori Magazine (NMV), De instrumentalisering van de stilte — interview met Pieter Verstraete
Pieter Verstraete, KU Leuven, Stilte in de klas



Leave a Reply