Hoe

Alles is deel van het grotere geheel


Dat is de zin waar ik telkens op terugkom. Bij elke twijfel, bij elke keuze om iets wel of niet te doen. Niets gebeurt zomaar, alles hangt met elkaar samen.

Montessori schrijft over kosmisch onderwijs als een manier om kinderen te laten zien hoe alle delen van het universum met elkaar verweven zijn. Elk element heeft een taak binnen het grotere geheel. Ieder heeft een kosmische taak. Dus ook ik en ook alles wat ik meebreng.

Dat klinkt groots en misschien voelt dat ook wel zo. Voor mij betekent het iets heel concreets. Ik geloof niet in ‘losse lesjes.’ Niet in stilte als apart moment, niet in kosmisch onderwijs als vak op het rooster. En wat ik maak probeer ik altijd ergens aan vast te knopen en moet betekenisvol zijn. Alles in een lokaal doet er toe. Zo ook wat ik maak en hoe ik kijk.


Drie pijlers

Het montessorionderwijs rust op drie pijlers. Ze vormen mijn kompas en geven richting. Regelmatig lopen ze in elkaar over.

Vrijheidsonderwijs

Vrijheid in het onderwijs gaat bijna nooit over méér vrijheid. Het gaat over de vraag wanneer je ingrijpt en wanneer je laat gaan.

Een montessorileerkracht is niet hands-off. Dat is een hardnekkig misverstand. Angeline Stoll Lillard beschrijft juist hoe nauwkeurig montessorileerkrachten observeren, om op het goede moment de juiste ondersteuning te kunnen bieden. Niets doen is ook een handeling, maar dan wel eentje die je bewust kiest.

Er is een verschil tussen vrijheid van en vrijheid tot. Het wegnemen van grenzen en bemoeienis is iets anders dan het gevoel autonoom te zijn en ergens betekenis aan te kunnen geven. Die eerste soort is makkelijk te geven. De tweede vraagt kaders.

Grenzen maken vrijheid pas mogelijk. Dat is geen concessie aan vrijheid, dat is de voorwaarde ervoor.

De vraag die ik mezelf stel: geef ik kinderen — en volwassenen — eigenlijk wel de juiste kaders? Vertrouw ik erop dat het er al in zit? En hoe richt ik de omgeving zo in dat het er ook uit kán komen?
Dit alles raakt het montessoriprincipe ‘vrijheid in gebondenheid.’

Emancipatorisch onderwijs

Hier gaat het over de eigen stem. Van het kind en van de leerkracht.

Wat ik in de praktijk het lastigst vind is oordeelloos blijven. Ik denk snel in oplossingen. Iemand vertelt iets en ik heb al een antwoord klaar, meestal voordat ik goed heb geluisterd.

Wat daarbij helpt is een socratische houding. Vragen stellen vanuit verwondering en nieuwsgierigheid, in plaats van meteen een oplossing bieden. Dat maakt je bewust van je eigen denken, en het maakt ruimte voor het denken van de ander.

Observeren in plaats van interpreteren. Dat klinkt eenvoudig, maar het verschil tussen “dit kind is druk” en “dit kind staat voor de derde keer op” is precies waar het misgaat.

Kosmisch onderwijs

Dit is de pijler die het geheel voor mij compleet maakt.

Verhalen maken het abstracte concreet. Ze verbinden emotie met kennis en laten kinderen voelen dat ze deel uitmaken van iets groters. De vijf grote verhalen doen dat, maar ook een klein verhaal over een blad dat valt.

Ik merkte dat mijn kijk hierop is verschoven. Ik las ergens dat het klassenmanagement eerst op orde moet zijn voordat je een kosmische les kunt geven. Dat begreep ik, maar ik dacht ook: zou het niet net andersom kunnen? Dat je je klassenmanagement inricht vanuit je kosmische taak?

Ik weet het niet zeker. Maar ik denk dat daar mijn eigen verschuiving zit.


Stilte loopt er dwars doorheen

Stilte is bij mij geen vierde pijler. Het is de lens waardoor ik naar de andere drie kijk.

Stilte is vrijheidsonderwijs, want opgelegde stilte is iets fundamenteel anders dan stilte die mag ontstaan. Montessori was daar helder over. Stilte op bevel bestaat niet. Ze ontdekte dat het beter werkte om te vragen of de kinderen stilte wilden maken.

Stilte is emancipatorisch, want een kind dat leert stil te worden, leert wie het is, wat het voelt, wat het denkt. Dat is een vaardigheid, geen regel.

En stilte is kosmisch, want in stilte ontstaat de ruimte waarin verwondering kan landen. Zonder die ruimte blijft het grote verhaal een verhaal.

Wat overblijft in de stilte, is jezelf. Voor een kind van zeven net zo goed als voor een leerkracht van veertig.


Waar ik mijn ideeën vandaan haal

Ik ben lang breed geweest. Ik weet iets van van alles. Op een gegeven moment kwam ik daar niet verder mee en heb ik gekozen.

Maar breed kiezen en smal werken sluiten elkaar niet uit. Ik haal mijn ideeën nog steeds overal vandaan: uit de authentieke montessoriliteratuur, uit hedendaags onderzoek, uit hoeken die er op het eerste gezicht niets mee te maken hebben. Een natuurkundige over verwondering. Een experiment met studenten die twee weken niets mochten doen.

Ik geloof niet dat je één stroming moet aanhangen om ergens goed in te zijn. Ik geloof wel dat het ergens over moet gáán.

Breed in waar ik mijn kennis vandaan haal. Smal in waar het over gaat.


Vrijheid in gebondenheid. Dat vragen we al jaren van kinderen. Kies zelf, maar niet alles. Er zijn kaders, en juist daarbinnen wordt kiezen iets waard.

Lees meer over mij →