Ze was zes jaar oud. Nederlands sprekend. En zat aan de andere kant van de wereld in een klas vol kinderen die Arabisch praatten. De juf gaf een opdracht. Ze verstond het niet. De juf herhaalde het. Nog een keer, maar dan wat harder. En nog een keer, nog harder. Ze staarde voor zich uit, wachtend op iets wat ze niet kon grijpen. Tranen prikten, wangen rood gloeiend.Woorden die langs haar heen gleden. Tot de juf diep zuchtte en dezelfde opdracht aan het jongetje naast haar gaf. Hij stond op. En deed de deur dicht.
Dit persoonlijke verhaal gedeeld tijdens de bijeenkomst over Montessori en meertaligheid, bleef bij mij hangen. Omdat het zo herkenbaar is. Voor duizenden kinderen in Nederland is dit de dagelijkse werkelijkheid. Kinderen die binnenkomen in een klas waar de taal niet hun thuistaal is. Waar de woorden vliegen, maar de betekenis ontbreekt. Waar ze wachten. Kijken. Raden. En hopen dat het jongetje naast hen straks opstaat.
Een kind dat de taal niet begrijpt, is een kind dat niet weet wat er van hem of haar verwacht wordt. Dat stil wordt, of juist van zich laat horen op een manier die wij niet als ‘ normaal’ gedrag zien. Terwijl er van binnen van alles bruist.
Veiligheid in taal begint met herkenning: het gevoel dat jouw taal, jouw achtergrond, jouw thuis er mag zijn in de klas. Niet als probleem om op te lossen, maar als rijkdom om op te bouwen.
Een van de inzichten die ik kreeg uit de bijeenkomst was simpel: een kind dat sterk is in zijn moedertaal, leert sneller een tweede taal.
Onder de oppervlakte liggen begrip, denkvermogen, conceptkennis. En die onderliggende kennis is gedeeld. Het kind dat in het Arabisch weet wat een boerderij is, welke dieren daar zijn, hoeft dat concept niet opnieuw te leren in het Nederlands. Het heeft het al. Het zoekt alleen nog het woord. En hoe mooi passen onze ontworpen werkjes binnen deze manier van leren.
Het montessorionderwijs biedt hierin nog iets wat voor meertalige kinderen waardevol is: vrijheid. Vrijheid om te bewegen, te kiezen, te herhalen. Vrijheid om nog een keer naar het materiaal te grijpen zonder dat iedereen meekijkt. Vrijheid om te leren zonder de druk van een klas die jou aankijkt als je het antwoord niet weet.
De materialen, de filosofie, de vrijheid, de aandacht voor het individu, het sluit aan bij wat meertalige kinderen nodig hebben. Niet één instructie, herhaald tot de ander het snapt. Maar een voorbereide omgeving waarin elk kind zijn eigen weg naar betekenis kan vinden.
Dit vraagt van de leerkracht een duidelijk rolmodel en bewuste keuze. Zoals meertalige hulpbronnen inzetten als brug tussen de thuiswereld en de schoolwereld. Om zo kinderen te laten zien, dat wie zij zijn inclusief hun talen, van waarde is.
Het geven van een hand aan het meisje van 6, meelopen naar de deur en samen de deur dicht doen.
“To assist a child we must provide him with an environment which will enable him to develop freely.”


Leave a Reply