Na de eerste publicatie kregen we van meerdere gebruikers de opmerking dat ze ‘ niet zo goed wisten ‘ wat ze er allemaal bij konden doen. Bij de stilteboekjes heb ik toen een beschrijving gemaakt die we meesturen met de boekjes. Ik noem het bewust beschrijving en niet instructie. Op deze manier wil ik een handreiking doen richting de leerkrachten, maar ze vooral zelf hierin hun eigen weg laten vinden. Iedere leerkracht is anders en iedere school en klas ook. Het geven van stiltelessen is voor de een makkelijker dan voor de ander.
Uit de gesprekken die ik voerde met leerkrachten die de boekjes gebruiken en ook tijdens de bijeenkomst met de deelnemers basisbekwaam kwam ook tevoren dat niet alleen kinderen moeite met stilte kunnen hebben. Ook als volwassene kun je wiebelig worden, je ongemakkelijk voelen en er gewoonweg geen ‘gevoel’ bij hebben. Tegen deze leerkrachten zou ik willen zeggen: vergeet niet dat jezelf het rolmodel bent en zelf ook mag leren. Door dit met de groep te bespreken geef je er een andere lading aan. Wanneer je met regelmaat korte momenten van stilte te laat ervaren wordt het een routine en wordt het naast een moment van concentratie een sociale moment. Een moment van onderlinge verbinding met elkaar.
Over het ongemak van stilte bij volwassenen schreef ik de volgende blog voor op de website van Montessori Movement:
Afgelopen week las ik ( Maartje) een artikel van stichting NIVOZ over een experiment aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Het ging over een groep studenten die als experiment 2 weken ‘niets’ mochten doen. En dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan.
Morgen bespreken we met de deelnemers van de opleiding basisbekwaam de theorie van de stiltelessen van Montessori. En laten we ze de stilte en het ‘niets’ doen ervaren. We gaan net als de studenten en de kinderen door het moment van ongemak. Om daarna echte stilte te maken met elkaar.
Wat me direct trof in het artikel is hoe de docenten, te werk gingen. Ze gaven geen definitie van ‘niks doen’. Ze begonnen op de eerste dag met de vraag wat het zou kunnen zijn en lieten die vraag aan de studenten zelf. Dat is, vanuit de montessori-principes, precies de juiste ingang. Niet het antwoord geven, maar de omgeving scheppen waarin de lerende zelf ontdekt.
De studenten maakten categorieën: rust, nutteloze dingen doen, aandacht, dingen waar je wel prettig bij voelt maar nooit tijd voor neemt. Ze bespraken indelingen: lichaam stil of actief, doel of geen doel, prikkels of geen prikkels. Er was voortdurend onenigheid. Is wandelen niks doen? Is mediteren niks doen? Je lichaam ligt stil, maar het heeft een duidelijk doel. Over één ding waren ze het redelijk eens: stil word je niet met iets wat je automatisch doet.
Precies hier raakt het experiment aan de montessori stilteles. Want stilte is bij Montessori ook geen automatisme. Het is een bewuste, actieve innerlijke daad. Wie werkelijk stilte maakt, oefent wilskracht, concentratie en zelfbewustzijn. Om het lichaam tot stilte te brengen, moet een kind controle hebben over zijn bewegingen.
Stilte is géén passiviteit. Het is een oefening in aanwezigheid.
Montessori begon haar stiltelessen met een baby. Geïnspireerd door de stilte van dit kleine mensje wilde ze dit gevoel met haar kinderen delen. Op een dag kwam ze de klas binnen met een baby van vier maanden oud in haar armen. Tot haar verbazing zag ze een buitengewone spanning in de kinderen die haar gadesloegen. In dat moment was er een buitengewone stilte. De kinderen werden als uit zichzelf stil. Het tikken van de klok, dat normaal niet te horen was, werd waarneembaar.
Een slapende baby als leraar. Stilte als iets dat je samen maakt. Kinderen verlangen naar stilte. Niet altijd, niet voortdurend, maar in de juiste omstandigheden ontdekken ze haar als iets waardevols. En dat geldt, zo blijkt aan de HKU, ook voor studenten van twintig jaar.
De HKU-studenten bedachten zelf opdrachten tijdens het experiment. Zoals een uur wachten op een bus die niet kwam. Meel zeven en terugdoen in het pak. In een boom zitten. Rijstkorrels tellen. Schoonmaken. Vijf minuten in elkaars ogen kijken zonder te praten.
De opdracht met de meeste impact: iemand zet thee en wacht tot die koel genoeg is om te drinken. Eén student ging zitten met haar theekopje. Wat er toen gebeurde had niemand voorzien. De groep zat in een kring, en iedereen ging meekijken. Niet als opdracht, niet als instructie, het ontstond vanzelf. Eerst ongemak, dan stilte.
Dat is precies de magie die Montessori beschreef met haar baby in de klas. Morgen laten we het de deelnemers zelf ervaren en ontdekken. Stilte die niet wordt opgelegd, maar wordt ontdekt. Gezamenlijk.
Geschreven door: Maartje van Houwelingen
Link naar het artikel:
https://nivoz.nl/nl/niks-doen-op-de-hku-over-een-experiment-dat-zichzelf-niet-kan-overleven
Beschrijving stilteboekjes:
We beseffen dat het geven van stiltelessen, het maken van stilte en het werken met onze boekjes niet voor iedereen vanzelfsprekend is en wellicht een uitdaging. We willen jullie hierbij een klein stukje op weg helpen. Maar vergeet niet : Creativiteit ontstaat in de rust en ruimte en door te vertrouwen op de kracht van het kind. Er is geen goed of fout. En dat je ermee aan de slag gaat is al een hele mooie stap!
- Voorlezen en luisteren
Lees het boekje voor in een rustige, kalme sfeer. Nodig kinderen uit om hun ogen te sluiten en zich de beschreven geluiden voor te stellen. Welke geluiden herkennen zij? Welke hebben zij zelf weleens gehoord tijdens een wandeling of in huis?
- Zelf lezen
Laat de kinderen het boekje zelf lezen of voorlezen aan een klasgenoot. Maak daarna samen stilte. Lukt dit? Kun je elkaar hierbij helpen? Wat doe jij om stil te worden?
- Stiltehoek/plek
Richt een stiltehoek/plek in de klas in waar kinderen de stilte kunnen opzoeken. Dit kan bijvoorbeeld onder je bureau met een paar kussens of met een zitzak achterin de klas.
- Stiltewandeling
Maak met de kinderen een wandeling in de natuur. Vraag hen in stilte te lopen en te luisteren. Na afloop bespreken jullie samen: welke geluiden hoorden we? Hoe voelde de stilte?
- Geluiden verzamelen
Verzamel met de kinderen seizoensmaterialen zoals bijvoorbeeld in de herfst bladeren, kastanjes en takjes, in de winter misschien wel sneeuw, in de lente lentebloemen en in de zomer bijvoorbeeld zand. Laat hen experimenteren met de geluiden die deze materialen maken.
- Het lege stilteboekje: mijn eigen stilteverhaal
Geef elk kind een leeg boekje waarin zij hun persoonlijke stilteverhaal kunnen creëren. Kinderen kunnen: tekenen welke geluiden zij horen tijdens een stil moment, schrijven over wanneer zij stilte ervaren, plaatjes plakken van plekken waar zij rust vinden, hun eigen seizoen kiezen (winter, lente, zomer) en de bijbehorende ‘stiltegeluiden’ vastleggen.
Door regelmatig met stilte te oefenen, ontwikkelen kinderen niet alleen innerlijke rust, maar ook respect voor anderen, concentratievermogen en een diepere verbinding met de wereld om hen heen.

