
Emancipatorisch onderwijs: veelkleurige perspectieven
Mijn ‘naar’-kaart toont een veelkleurig gezicht waarvan de ogen je aankijken. Ik schreef erop: ‘ Leren kijken naar alle facetten, kleuren, meningen, visies en deze zien en meenemen in mijn eigen aanbod en eigen verhaal’.
Stoll Lillard onderstreept in haar onderzoek het belang van individualisatie binnen het montessorionderwijs. Elk kind heeft zijn eigen ontwikkelingstempo, zijn eigen gevoelige perioden, zijn eigen weg naar zelfontwikkeling. Kinderen leren niet alleen hun eigen unieke bijdrage te leveren, maar ook die van anderen te waarderen. Net zoals een montessoriprofessional vrij van oordeel behoort te zijn. De deelnemers basisbekwaam nemen ieder hun verhaal mee, werken op verschillende scholen en zijn soms letterlijk anders in functie ( IB, leerkracht). Door te luisteren, vragen te stellen en nieuwsgierig te blijven, werk ik aan deze bekwaamheid, het vrij van oordeel te blijven.
Ook in de samenwerking met de Movement, waar mensen werken met veel ervaring en kennis over andere organisaties, probeer ik objectief te blijven en een socratische houding aan te houden. En te observeren in plaats van interpreteren.
Een socratische houding is een vragende houding. “Door vanuit verwondering en nieuwsgierigheid vragen te stellen word je je bewust van je eigen denken. Omdat we als mensen al snel onze oordelen klaar hebben, veelal onbewust, helpt deze houding de ruimte te creëren voor oprechte interesse naar het denken en de belevingswereld van de ander. ” ( Socrates op sneakers, 2020). Met het stellen van vragen in plaats van het gelijk bieden van een oplossingen en oordelen ben ik aan de slag gegaan.
Tijdens een van mijn observaties door Debbie kreeg ik de volgende feedback :
“Je open vraag aan het begin en je manier van doorvragen bij voorbeelden tonen dat je didactisch ruimte creëert voor eigen denkprocessen. Je pedagogische houding blijkt uit hoe je omging met mijn fout tijdens het wisselen van plek: rustig en zonder oordeel.”
” Je vraag “Waar denk je aan bij spirituele pedagogiek?” en “Weet iemand nog wat normalisatie betekent?” nodigen uit tot nadenken. Je liet deelnemers aan het woord en bouwde voort op hun inbreng. “
Hiermee bewijs ik de volgende bekwaamheden:
“Kent de relevantie van goede vragen stellen en gerichte feedback geven en ontvangen.”
Feedforward: Vergroot de reflectieve ruimte door meer stiltes in te bouwen. Na het voorlezen van het boekje of een filmpje: even niets zeggen, laten landen. Dan pas vragen: “Wat roept dit bij je op?” Het verhaal ging een andere kant op en je pakte de rode draad terug, dat is goed. Maar check tussendoor of de deelnemers de lijn nog vasthebben: “Waar zijn we nu? Wat is de link met waar we begonnen?” Concretiseer je vragen ook naar de praktijk: “Wat doe je met kinderen die…” of “Hoe kan je aan kinderen zien dat…”
Feedforward: Je oogcontact en lichaamshouding (over hoofden heen kijken, ogen dicht) kunnen de verbinding met deelnemers onderbreken.Oogcontact is een pedagogisch instrument dat helpt om te observeren waar deelnemers staan én om hen uit te nodigen. Oefen bewust met: blik door de groep laten gaan, even pauzeren bij een deelnemer, dan pas verder spreken. Dit versterkt zowel je pedagogische aanwezigheid als je observatievermogen.”
Met deze feedforward bewijs ik dat ik nog werk aan de bekwaamheid:
“Kan vanuit observatie op mesoniveau (bouw, teambreed) besluiten nemen en deze verantwoorden.”
De dubbele reis ( het volgen van de vakbekwaam opleiding en het stage lopen bij de basisbekwaam opleiding) geven mijn unieke inzichten. Ik vergelijk mijzelf met een kind dat in augustus een montessori klas in stapt. Nieuwsgierig en vol verwondering. Dat graag wil leren. Ik ervaarde zelf het belang van de voorbereide omgeving ( kennis van de materialen, ondersteunend aan het leren), de vrije werkkeuze ( welk onderwerp interesseert, wat spreekt aan), de lange werkperiode, ( in de flow komen) concentratie en de heterogene groepen.
En door het geven van presentatie het montessori kind ( o.a over de periode van groei en de absorberende geest leerde ik ook de theorie erachter. In mijn onderzoek lees je hier meer over.
Vanuit de waardevolle feedback die ik kreeg op mijn presentaties, ben ik gegroeid in het ‘ boven de stof staan’ en het signaleren en observeren.
Het aanpassen van alle overzichten, planningen en opdrachten van de opleiding basisbekwaam en het mee lezen met het accreditatie document, gaf mij het concrete inzicht in de opbouw van de opleiding en het waarom en waartoe.
Daarnaast heb ik de intern begeleider uit de groep basisbekwaam intensief begeleidt in de vorm van korte check-ins. Halverwege het cursusjaar gaf ze aan behoefte te hebben aan iemand die haar met regelmaat bevraagd en prioriteiten leert stellen. Hier heb ik veel van geleerd. Wat zijn de kaders, hoe stel ik grenzen en waar grijp ik in en wat is niet van mij? Ik merkte dat ik nog steeds te snel in oplossingen denk en omdat ik zelf de lijnen en verwachtingen van de opleiding nog niet helder had, ik de kaders ook niet te strak durfde te stellen. Die balans in wanneer laat ik het ze zelf doen en wanneer grijp ik in leer ik steeds beter aanvoelen door deze ervaring.
Dit maakte dat ik bij een telefonisch gesprek met een andere deelnemer bewuster kon aangeven wat de verwachtingen zijn. En toen ik onverwachts een van de laatste bijeenkomsten van een incompany traject overnam, kon ik met zekerheid de vragen beantwoorden, luisteren en observeren waar hun leerbehoeften lagen.
Hiermee bewijs ik de volgende bekwaamheden:
” Heeft een beeld van de identiteitsontwikkeling van de deelnemers.”
” Bespreekt werk op inhoud en proces met kinderen volgens procedures omtrent signaleringen, observaties en registratie.”
“Kan passende en betrouwbare materialen ontwerpen en / of gebruiken met betrekking tot formatief en summatief evalueren.”
“Past reflectie en evaluatie toe op het individuele kind en op de hele groep.”
“Past de trits antropologie, didactiek en pedagogiek in montessoriaans leidinggeven toe”
“Montessori-visie voorleven en innoverende keuzes op wetenschappelijke verantwoording”.

De bovenstaande foto werd gemaakt tijdens mijn ‘eerste’ lesje aan de deelnemers. Ik weet nog precies hoe ik mij voelde. Onzeker, gefocust op het lesje zelf ( leg ik de fiches wel goed, weet ik de handelingen nog?) en totaal geen oog voor de deelnemers zelf. Ik zie die onzekerheid terug in mijn houding. Ik lach maar in mijn hoofd staan alle radertjes open.
Na deze bijeenkomst ben ik gaan oefenen, gaan vragen om hulp, gaan leren. Ik kwam in de gevoelige periode van de montessori didactiek. En ik leerde feedback te ontvangen op de juiste manier. Zodat ik er ook echt iets van leerde.

