
Tijdens het uitvoeren van mijn onderzoek heb ik verschillende bronnen geraadpleegd. In het onderzoek verwerk ik gerelateerde theorie aan de hand van de montessoriprincipes, 7 redenen en bewijs ik de NMV -bekwaamheden.
In dit hoofdstuk plaats ik de meer algemene wetenschappelijke en authentieke theorie rondom het stilteonderwijs. In mijn onderzoek verwijs ik naar gerichte citaten, passend bij de bekwaamheden en het onderzoek zelf.
Stilte als deel van het grotere geheel
Net zoals Montessori zelf begreep ik het belang van de stilte en de stilte les pas bij het ervaren en het geven van een stilteles zelf en na het verdiepen in de stilte pedagogiek.
Zo leerde ik dat Montessori onderscheid maakt tussen twee vormen van stilte, die elk een eigen pedagogische waarde hebben: “Er zijn 2 vormen van stilte: de innerlijke stilte en de stilte die ontstaat wanneer wij al onze bewegingen inhouden. Dan horen wij allerlei kleine geluiden, die gewoonlijk overstemd worden door het lawaai dat wij zelf maken.” ( Montessori, Door het kind naar een nieuwe wereld 2020).
Montessori benadrukt dat echte stilte niet af te dwingen is: “Wat heeft men, op de gewone scholen, lang geloofd, dat stilte op bevel kon worden verkregen! Stilte is de opheffing van alle beweging en niet, zoals men op de scholen grofweg meende, het stoppen van rumoer. Stilte kan ook worden opgevat op een positieve manier, als een toestand ‘verheven’ boven de gewone gang van zaken.” (Montessori, De Methode 2016)
Een belangrijk verschil met hoe ik voorheen keek naar stilte in de klas. In mijn visiestuk kun je lezen dat dit deze theorie betekenis kreeg voor mij tijdens een bijeenkomst op een school in Zoetermeer. Hier ging het onder meer over straffen en belonen. Door de presentatie waarin de theorie van het vrijheidsonderwijs werd uitgelegd ( kinderen willen van nature werken, door hen keuze vrijheid te geven binnen kaders waardoor ze willen werken, ontstaat innerlijke rust en daarmee normalisatie van de groep) kon ik de verbanden leggen. En kwam het besef dat stilte geen correctiemiddel is, maar een ‘cadeautje’ dat je aan kinderen kunt aanbieden.
Montessori ontdekte dit zelf in de praktijk: “Ik ontdekte dat de beste manier was om te vragen: ‘Zouden jullie stilte willen maken?’ Meteen was er een groot enthousiasme en ik merkte dat ik om stilte kon vragen.” (Montessori, Opvoeden voor een nieuwe wereld en Onderwijs en het menselijk potentieel 2023) …”Zo namen wij een gehoorzaamheid waar, die ik dynamisch zou willen noemen, want zij wortelt in geestdrift en innerlijke ingeving. Zij berust niet op het gebod.” ( Montessori, Door het kind naar een nieuwe wereld 2020).
Verstraete over stilte in het onderwijs
Ik luisterde 2 podcasts waarin Verstraete in gesprek gaat over zijn boek: ‘Stilte in de klas.’ Het boek zelf heb ik nog niet gelezen. In zijn boek heeft hij het over zijn kijk op stilte in het onderwijs vroeger en nu en benoemd daarin ook meermaals hoe Montessori dacht over stilte.
Verstraete verzet zich tegen de gedachte dat vroeger alles stiller en beter was. Stilte was altijd al een zorg. Wel stelt hij dat we tegenwoordig gevoeliger zijn geworden voor het gebrek aan stilte, doordat de maatschappij steeds maar sneller draait en ook het onderwijs steeds voller en drukker wordt. Hij haalt als voorbeeld de zogenaamde ‘stiltehuisjes’ aan waarin we kinderen zetten om tot rust te komen, om ze daarna weer in de drukke klas terug te plaatsen. Of het kwartiertje mindfulness wanneer de groep druk is.
Oprecht stelt hij daarbij de vraag of we het niet beter is om de omgeving aan te passen in plaats van het kind uit de omgeving te halen. Want zijn we zo niet bezig alleen symptomen te bestrijden? Op dat moment verwijst hij naar Maria Montessori en haar kijk op stilte.
“Montessori brak radicaal met de opleggende traditie van vóór haar (zoals De La Salle, waarbij stilte werd afgedwongen via straf en fysieke dwang). Zij zag stilte als:
- niet opgelegd, maar uitgelokt: de leerkracht trekt zich terug, de kinderen disciplineren zichzelf
- ingebed in spel, niet in autoriteit
- lichaamsgericht: stilte begint bij het beheersen van ademhaling en beweging, als fundament voor latere intellectuele ontwikkeling
- gericht op wereldoriëntatie, niet op God of gehoorzaamheid: kinderen leren dat zij een plek innemen in de wereld.”
Hier komen Verstraete en Montessori elkaar tegen. Verstraete gebruikt Montessori als spiegel voor nu. Zij ontwikkelde haar stiltelessen ook als antwoord op een versnellende samenleving (begin 20e eeuw). Haar doel was volgens Verstraete burgers aanpassen aan die snelheid. Terwijl Verstraete zich dus af vraagt of we vandaag niet verder moeten gaan dan dat.
Ik denk dat wij als onderwijsprofessionals op beide kanten invloed kunnen uitoefenen. In onze pedagogiek en didactiek. De voorbereide omgeving en hoe wij betekenis geven aan het stilte onderwijs. De kinderen in onze klas zijn de toekomst.
Mindfulness versus stilte onderwijs
” Maar ik doe toch aan kinderyoga? En af en toe een mindfulness oefening?”
Dit was min of meer wat ik hoorde van collega’s toen ik nog voor klas stond. En eerlijk? Ik deed dit zelf ook. Een echte stilteles gaf ik maar zeer weinig. Een keertje streep lopen, in stilte naar…lopen of tijdens een seizoenswandeling stil worden in het bos. Maar daar bleef het bij. En dat terwijl ik wel zag wat de impact van stilte was tijdens de werkperiode of na een les streeplopen. Wanneer de kinderen geconcentreerd en in ‘ flow’ aan het werk waren. Zoals Lillard Preschlack schrijft in haar boek ‘ The Montessori Potential’:
“The kind of concentration that we aim for in a montessori environment is the kind that the late psychology professor Mihaly Csikszentmihalyi described as flow. Flow is deep concentration that transforms us, that feels great and leaves us feeling refreshed. This concentration occurs when we become so involved in what we are doing that we may not be aware of things going on around us. Dr. Montessori found that children repeatedly go into this state of flow when their activity has a real purpose. The purpose may be visible, or it may be more internal and developmental.” (Lillard Preschlack 2023)
Stoll Lillard onderzocht de verschillen en overeenkomsten tussen mindfulness en montessorionderwijs. In haar wetenschappelijke artikel Mindfulness Practices in Education: Montessori’s Approach (2011) ( dat de inhoudelijke basis vormt voor hoofdstuk 4 The Sciences behind the genius, 2016) legt Stoll Lillard een verband tussen montessorionderwijs en mindfulness.
Lillard constateert de volgende overeenkomsten:
Diepe concentratie als doel op zich. In zowel montessorionderwijs als mindfulness staat geconcentreerde aandacht centraal. Bij mindfullness is die aandacht bedoeld om toe te passen op ieder moment van het leven, op iedere handeling. In het montessorionderwijs is dit vertaald naar de lange werkperiode zonder onderbrekingen.
Verankering in zintuiglijke ervaring. Mindfulness legt de nadruk op zintuiglijke ervaring en aandacht voor motorische beweging. In het montessorionderwijs zien we dit terug in de zintuiglijke materialen, de stilteoefeningen, het streeplopen en de practical life oefeningen.
Afwezigheid van oordeel. Zowel bij mindfullness en in het montessori onderwijs gaat men niet uit van beoordelingen of straffen en belonen. Je neemt waar. In het montessorionderwijs zie je dit terug in de zelfcorrigerende materialen en het vermijden van bijvoorbeeld stickers en andere beloningen, zodat het kind zijn eigen autoriteit wordt.
Leren via verhalen en verbondenheid. In zowel mindfulness en montessorionderwijs wordt gebruik gemaakt van verhalen. In het boeddhisme zien we de gelijkenissen, in het montessorionderwijs de vertellingen en verhalen. Beiden hebben als kern dat alles met elkaar verbonden is.
Lillard noemt drie verschillen:
Mindfulness werkt via formele meditatie: stilzitten, aandacht op de adem, intern gerichte aandacht. In het montessorionderwijs gaan we niet uit van formele meditatie, maar laten we kinderen mindful worden door te doen; via beweging, materialen en praktisch werk.
Montessorionderwijs is een breder systeem. Zoals heterogene groepen en de vrije keuze in activiteiten. Mindfulness is geen systeem en meer een los staande activiteit in onze maatschappij.
Wetenschappelijke bewijskracht verschilt sterk. In mindfulness-onderzoeken met willekeurig ingedeelde groepen kan redelijk zeker worden gesteld dat het de mindfulness oefening was die de verandering veroorzaakte. Bij de uitkomsten uit het onderzoek in het montessorionderwijs kunnen andere aspecten van het programma bij hebben gedragen aan resultaten.
Hiermee concludeert Stoll Lillard dat mindfulness en montessorionderwijs grotendeels op elkaar voortbouwen met enkele nuance verschillen. Waarvan de grootste is, de integratie in het gehele (montessori)curriculum.
Hier legt Stoll Lillard de link naar de executieve functies.
Executieve functies en stilte onderwijs
In de executieve functies komen mindfulness en montessorionderwijs samen in uitkomsten, maar via verschillende wegen. aldus Stoll Lillard.
| Montessoriprincipe | Executieve functie |
|---|---|
| Vrije keuze van activiteit | Plannen/prioritering, taakinitiatie, werkgeheugen |
| 3-uurs ononderbroken werkperiode | volgehouden aandacht, reactie (of respons)-inhibitie, doelgericht doorzettingsvermogen, timemanagement |
| Stilte-oefening | reactie (of respons)-inhibitie, zelfregulatie van affect/emotieregulatie |
| Zelfcorrigerende materialen | metacognitie,zelfregulatie van affect/emotieregulatie, werkgeheugen |
| Leeftijdsgemengde groepen | flexibiliteit, metacognitie |
| Practical life | Werkgeheugen, Plannen/prioritering, reactie (of respons)-inhibitie |
Hoe meer ervaring kinderen hadden in een montessoriomgeving des te groter was hun verbetering op de executieve functies. Dit wijst er dat het montessoricurriculum zelf verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van cognitieve controle. Stoll Lillard:
“Mindfulness vraagt het kind: stop, richt je aandacht bewust naar binnen, observeer zonder te oordelen. Van bovenaf: bewust en expliciet.
Montessori vraagt het kind: kies je werk, voer het zorgvuldig uit, respecteer de stilte. Van binnenuit: impliciet, via de omgeving en de activiteit zelf.”
( The Sciences behind the genius, 2017).
De stilte oefening is het punt waar Montessori het dichtst bij mindfulness komt.
“Dr. Montessori merkte op dat zodra stiltelessen in klassen werden ingevoerd, kinderen zorgvuldiger werden in al hun handelingen en zelfs “vriendelijker werden”. Dat laatste — vriendelijker worden is geen toevallig bijverschijnsel. Het is het resultaat van betere emotieregulatie, een directe uitkomst van verbeterde inhibitoire controle. ” ( Stoll Lillard, The science behind the genius 2017)
Normalisatie
Montessori was haar tijd ver vooruit. Waar het begrip executieve functies pas sinds een paar jaar ‘ populair’ is binnen het onderwijs, merkte zij dit al vroeg op. In de school in San Lorenzo was een kind zo verdiept in een set houten cilinders dat haar stoel kon worden opgetild zonder haar concentratie te verstoren. Ze besefte dat het ontwikkelen van dit concentratievermogen verband had met persoonlijkheidsveranderingen die zij “normalisatie” noemde.
Ook Lillard toont dit aan met haar onderzoeken. Normalisatie is in feite het zichtbare gedrag van goed ontwikkelde executieve functies.
“Een genormaliseerd kind is kalm, gefocust, zelfgestuurd, sociaal sensitief en constructief. Precies wat je verwacht van een kind met sterke inhibitie, goed werkgeheugen en cognitieve flexibiliteit.” ( Stoll Lillard, The science behind the genius 2017)
Stiltelessen en de rol van de leerkracht
De rol van de leerkracht tijdens stiltemomenten is er een van nabijheid zonder woorden. Positieve discipline in het montessorionderwijs (Nelsen & DeLorenzo, 2025) verwoordt dit treffend: “Zeg niet hoe ze het moeten doen. Laat het ze zien en zeg geen woord. Als je het ze vertelt, zullen ze naar je mond kijken. Als je het ze laat zien, zullen ze het zelf willen doen. Wat en niet wie, dat is de kracht van stilte.” (Nelsen & DeLorenzo, 2025). De leerkracht biedt het materiaal aan en creëert de ruimte, maar de stilte zelf ontstaat vanuit het kind. Stilte biedt kinderen zelfkennis en reflectie. Kinderen leren wie ze zijn, wat ze voelen, wat ze denken.
“Tijdens deze les, waarvan de opbouw erg belangrijk is, beleef je niet alleen de stilte, je leert hem ook waarderen. Bij kinderen bevordert het samen maken van stilte de autonomie, de zelfdiscipline en het vraagt om controle van de beweging. Samen stilte maken bevordert de groepscohesie.” ( En nu montessori!, 2018)

